Veiligheid is een links thema

Onrust in de straten. Ongekend hard geweld tegen de politie van steeds jonger wordende relschoppers. Oprukkende complotdenkers en aanhangers van extreem-rechts. Wat ligt hier aan ten grondslag? De corona crisis – of het optreden van de overheid – hier de schuld van geven is te simpel. Wegkijken van de grondoorzaken én gevolgen van deze groeiende onveiligheid is dan ook geen optie. Toch is dat precies wat rechtse partijen doen. Als je Nederland daadwerkelijk veilig wil houden, kan je niet alleen hard zijn op repressie – maar moet je ook hard zijn op preventie. En dat gaat hand in hand. Het is aan links om hier in voorop te lopen. Als kandidaat-kamerlid voor de PvdA, werkzaam als analist nationale veiligheid, wil ik daar een voorschot op nemen.

Rechts heeft namelijk geen monopolie op ‘veiligheid’. Dat de VVD vaak geroemd wordt als dé ‘partij voor veiligheid’  is onterecht. Onder dit rechtse VVD-kabinet stegen de criminaliteitscijfers namelijk voor het eerst in decennia. De overlast cijfers ook. Schrikbarend zelfs, omdat er steeds meer mensen dak- en thuisloos op straat belanden en omdat er nog altijd geen sluitende aanpak is voor personen met verward gedrag. De wijkagent verdwijnt uit de buurt, zo concludeerde de inspectie J&V: ‘de politie kan problemen in wijken onvoldoende voorkomen doordat te veel van haar wordt gevraagd.’

Veiligheid gaat over heel veel meer dan alleen ‘law and order’ en is in de kern een sociaal-democratisch, links onderwerp. Of het nu gaat om rellen op straat, ondermijnende criminaliteit, extremisme of online veiligheid; met alleen repressie en de roep om hard aanpakken kom je er niet. Met alleen een focus op preventie overigens ook niet. Het idee dat je alleen toe mag treden tot het groepje ‘crime fighters’ in de politieke arena, als je het hardste schreeuwt om hogere en zwaardere straffen, is lege rechtse retoriek.

Ik wil deze lege retoriek vervangen door een concrete aanpak, waarbij preventie net zo’n belangrijke rol speelt als repressie. Waarin zowel de harde feiten, als moreel besef meewegen in wet- en regelgeving. Want uit die harde feiten blijkt namelijk dat veiligheid in Nederland ongelijk verdeeld is. Het máákt uit waar je woont, waar je naar school gaat, of waar je opgroeit. Deze kansenongelijkheid is geen excuus voor criminaliteit, maar wel degelijk een factor die mee weegt. Het morele besef om iets aan die kansenongelijkheid te willen doen, moet dan ook net zo zwaar meewegen in de aanpak van criminaliteit.

Veiligheid an sich is daarbij niet het ideaal, zelfontplooiing, kansengelijkheid en vrijheid zijn dat wel. Wil je die idealen vorm geven en verder brengen, dan is veiligheid een essentiële basisvoorwaarde. Alleen als je veilig bent, kun je daadwerkelijk vrij zijn. Voelt men zich niet veilig, dan trekken mensen zich terug en gaan ze beveiliging – en in de tijd van sociale media ook bevestiging – zoeken in de eigen groep en omgeving. Dit drijft mensen uit elkaar en kan in uiterste gevallen uitmonden in geweld.

Als de VVD net zo hard zou strijden voor gelijkheid, als dat ze zouden roepen om repressie, zouden we politiek gezien een stuk verder komen. We moeten voorbij het simpele, stoere en gemakkelijke van de VVD en kiezen voor echte oplossingen met een inzet waarbij repressie en preventie hand in hand gaan. Met uitvoerbare plannen om de wijkagenten weer terug te laten keren in de buurt, te investeren in een stabiele financiering van de rechtsstaat en in te zetten op het bestrijden van kansongelijkheid in de wijken. Want veiligheid is een publiek belang, waar je politieke hart ook ligt.

Scroll Up