Op pad met Erik

Dit weekend was ik op pad met cabaretier, Haarlemmer én PvdA lid Erik van Muiswinkel. We ontmoetten elkaar onlangs op een digitale bijeenkomst van de PvdA Zuid Kennemerland en raakten in gesprek over onze partij en zijn geliefde stad. Hij is minstens even geëngageerd als dat hij grappig is – en dat zegt vooral veel over zijn maatschappelijke betrokkenheid. We besloten om samen op pad te gaan in Haarlem en te wandelen langs plekken met een persoonlijk verhaal en een link naar de sociaal-democratie.

Erik neemt me allereerst mee naar het Joods Monument in Haarlem. Een indrukwekkende plek van stilte, midden in de stad. Het idee dat zoiets gruwelijks hier nooit meer zou kunnen gebeuren, moeten we niet als vanzelfsprekendheid aannemen, aldus Erik. De vraag wat je doet als je onrecht om je heen ziet, is een wezenlijke volgens hem. Hij constateert dat de jongere generatie activistischer is dan een jaar of tien, twintig geleden, en daar is hij blij mee. ‘Dat activisme is ook heel hard nodig in deze tijd.’ Erik is nu heel geëngageerd en betrokken bij, zoals hij dat zelf noemt ‘de wereldproblematiek’, maar is dat niet altijd geweest. ‘ik was lange tijd een beschouwer, en vond dat je als artiest eigenlijk geen lid van een politieke partij hoorde te zijn. Maar hoe meer je ziet, leest en je verdiept, hoe meer dat komt. Ik heb wel altijd PvdA gestemd. Dus ja, je mag me links noemen. Ik voel me bij de PvdA thuis, ook al ben ik het niet met alles eens. Maar het is gezond dat er binnen een partij kritiek en debat mag zijn.’

Tegenover het Joods Monument bevindt zich de artiesteningang van de Philharmonie. Een plek waar hij vaker op mocht treden. Er wordt weleens gezegd dat politiek net als theater is. Of Erik parallellen ziet tussen zijn vak en de politiek? ‘Ik vind die vergelijking eigenlijk een beetje kwalijk. Politici moeten retorisch sterk zijn en een goed verhaal hebben – net als in een theater – maar politiek moet juist niet te gemaakt zijn. Het is niet erg om een politicus af en toe te zien wankelen, of zoeken naar woorden. Ik wil juist echtheid zien! Dat had bijvoorbeeld een Diederik en Lodewijk, maar dat zie ik nu zeker ook terug bij Lilianne.’

Erik wijst in de verte, richting de Koepelgevangenis. Hij was daar eens op bezoek, net als ik, toen daar veel asielzoekers op werden gevangen tijdens de hoogtijdagen van de vluchtelingencrisis in 2015. Dat heeft destijds veel indruk op hem gemaakt. ‘Voor mij zijn onderwerpen als mensenrechten, buitenlands beleid en de manier waarop we met vluchtelingen omgaan dan ook heel erg belangrijk. De kansen die zij krijgen, en hoeveel we daar voor over hebben, dat zijn wezenlijke keuzes.’

We lopen verder naar de Begijnebrug, een prachtige plek met aan weerszijden van de gracht eeuwenoude panden. Erik neemt me hiermee naar toe omdat hij een punt wil maken over de woningmarkt. ‘Het is een politieke keuze hoe, waar en voor wie huizen worden gebouwd. Hier in Haarlem zit sociale woningbouw tussen de grachtenpanden in. Maar dat is een stoelendans; het zijn er veel te weinig. Er moeten veel meer woningen bij. Het gaat er – ook wat betreft de woningmarkt – weer om hoeveel kansen je mensen geeft, om betaalbaar te kunnen wonen. De PvdA heeft een opdracht om dit uit te dragen, en voorwaarden aan te verbinden. Wij moeten daar een enorme slag in slaan.’

Tot slot lopen we nog naar een plek vol creativiteit. Als cabaretier kunnen we de cultuursector natuurlijk niet onbesproken laten. Erik maakt zich zorgen over de cultuursector na de Corona crisis. Als cabaretier heeft hij het nog relatief goed zegt hij, maar hij ziet dat andere kunstenaars en makers het veel zwaarder hebben. Het is, tot op bepaalde hoogte, zeker ook aan de overheid om hen overigens te houden. Overigens is hij niet bang dat ‘de kunst zelf’ er uiteindelijk onder gaat leiden. ‘Er zal altijd kunst worden gemaakt, dat kan niet anders.’

We komen aan bij een verborgen parel, de rood gouden theatergordijnen hangen buiten aan de balustrade te luchten. We zijn bij een nieuw cultureel initiatief; theater De Liefde, aan het Begijnhof in het oudste deel van de stad. Een splinternieuw klein theater, op eigen initiatief, kosten en risico onlangs uit de grond gestampt door een groep theatermakers. Het ruikt er naar verse verf, de eerste theaterstoelen staan al klaar en – ondanks het lege podium- voel je de creatieve energie gutsen door het oude pand. Erik en ik vinden het dapper dat de initiatiefnemers, die we bij toeval treffen, dit ten tijde van een pandemie aandurven. De theatermakers zien dat anders; ‘Juist op de puinhopen bouwen we wat nieuws.’

Een positieve en inspirerende afsluiting van een mooie persoonlijke wandeling door onze rode stad.

Scroll Up